Wapen - middeleeuwen
2004.0900b
Vervolg artikel: Braber, Cor van den, "Middeleeuws wapentuig" (op 5 kaarten).
Maliënkolder
Deze kostbare krijgshemden (5) bestonden uit soms wel 40.000 aan elkaar gesmede ringetjes. Ook werd deze manier om het lichaam te beschermen wel aangewend om het hoofd en de hals een extra voorziening te geven.

Zwaarden en dolken
In de l5de eeuw waren er zwaarden van uiteenlopende grootte in gebruik. De allergrootste, die met twee handen dienden te worden gehanteerd, waren in gevechten van man tegen man niet voor de hand liggend. Men was aangewezen op zwaarden die desondanks een lengte hadden die meestal varieerde van 100 cm. tot 70 cm. (6,7 en 8) en om en nabij 1 kilogram wogen. Ook waren er dolken van uiteenlopende lengte in gebruik (9). Het vervaardigen van een zwaard heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld tot een hoogwaardig en gespecialiseerd vak. Door de toepassing van smalle stroken ijzer en staal en het zorgvuldig aan elkaar smeden ontstonden klingen die taai en veerkrachtig waren en in de strijd een stootje konden velen. Een pareerstang diende de hand enigszins te beschermen en een knop aan het gevest gaf tegenwicht aan de kling, wat de hanteerbaarheid ten goede kwam.

Pijl en boog
Ook dit wapen is lang in gebruik geweest. Men onderscheidt de handbogen (10,11 en 12) van de kruisboog (13). De grote handboog had een lengte die overeenkwam met die van de schutter zelf. Het spannen vereiste nogal wat kracht zodat alleen ervaren en regelmatig trainende schutters in staat waren het maximum aan doeltreffendheid te bereiken.
In volle strijd slaagde hij er dan in per minuut wel 13 schoten af te geven. Vooral bij het tot stand brengen van een "pijlenregen" was dat noodzakelijk. De boog maakte men van taxushout en de pezen van hennep. Voor de pijl schachten gebruikte men meestal essenhout. Om paarden ernstig te verwonden werden deze pijlen voorzien van brede platte punten. Om de maliënkolders te kunnen doordringen kregen andere pijlen naaldvormige spitsen. Tot op een afstand van ongeveer 100 m. was het mogelijk zuiver te schieten, althans voor bedreven schutters. Vanuit het oosten, de techniek was meegebracht van de kruistochten, was de reflexboog (12) in onze streken terecht gekomen, evenzeer een boog die veel werd toegepast.

Kruisboog of voetboog
Dit wapen was vooral op de korte afstand zeer effectief, hoewel zij ook op 100 m. voor de tegenstander een niet te onderschatten gevaar inhield. Het maximale bereik was 350 m.
Men spreekt in vakkringen niet meer over pijlen voor de kruisboog (13), maar over bouten. Ook kruisbogen, de eerste mechanische handwapens, behoorden tot de kostbare zaken. Bij het vervaardigen leverden verschillende specialisten de onderdelen, zoals het mechaniek dat het spannen van de boog mogelijk moest maken. Alles bij elkaar moet het maken van een kruisboog zeker twee weken intensieve arbeid hebben betekend. Snel na elkaar schoten afgeven was niet mogelijk, met het spannen van de boog en het plaatsen van een bout was een halve minuut gemoeid!

Zie verder volgende kaart